15 juni 2014

Violet Leroy

 
Als je vindt dat een goed boek rijk en origineel moet zijn, dan ben je bij Violet Leroy aan het juiste adres. Vertrekkend van haar tot nadenken aanzettende jeugd, exploreert ze menselijk gedrag dat te maken heeft met verantwoordelijkheid en schuld, vergelding en vergeving. Daarbij verbindt ze het persoonlijke met het maatschappelijke.

Zoals zijzelf met verbazing en soms met afschuw naar de wereld kijkt, zo blijft de lezer bij het dichtklappen van haar boeken achter met een bedrijvige geest. Bij geslaagde romans horen ook vragen… 
 
 
‘Mijn inlevingsvermogen is van universitair niveau.’
 
Wie naar de invalshoeken van je boeken kijkt, kan niet voorbij aan de godsdienstige elementen (traditioneel of sektarisch geloof, cultureel-maatschappelijke achtergrond van een geloofsgemeenschap…). Wat zegt dat over jouw blik op mens en maatschappij?
 
Het zegt dat de mens, zijn cultuur en geloof mij boeien. Als je ziet wat geloofskwesties doen met mensen is dat angstaanjagend.
Kijk naar de geschiedenis van het Jodendom, het Christendom, kijk naar de huidige beweging in de Islam die de wereld in vuur en vlam zal zetten.

Op zich is er niets mis met geloof: het was ooit een manier om een samenleving te organiseren, het is een houvast voor mensen in een wereld die anders onbeheersbaar lijkt. Een middel om te overleven.
Dat is prima. Tegelijkertijd zie je ook dat geloof een politiek mechanisme wordt waarbij mensen uit zijn op uitsluiting of zelfs vernietiging van andersdenkenden. Geloof kan mensen maken en breken. Ik ben ervan overtuigd dat staat en godsdienst strikt van elkaar gescheiden zouden moeten zijn, maar de realiteit is dat ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
 
Joodse menora, negenarmige kandelaar,
 die op Chanoeka, het feest van het licht, wordt aangestoken.

In De helft van mijn ziel haal je terecht uit naar het katholicisme dat ‘de zin van het lijden’ propageert. Je suggereert ook, met recht en reden, dat de Roomsen een handeltje met god opzetten: zondigen is niet erg want de biechtvader heeft een dikke spons. Heb je zelf een religieuze opvoeding gekregen of komt dat inzicht ergens anders vandaan? 

Ik ben niet de personages uit mijn verhalen. En eigenlijk vind ik ook niet dat inspecteur Hofman uithaalt. Hij spreekt zijn verbazing uit over het feit dat de Roomsen het lijden van Jezus zo benadrukken.

Toen ik ‘De helft van mijn ziel’ schreef heb ik daar veel over gelezen. Als ik het goed begrepen heb zegt de Roomse Kerk dat Jezus is gestorven om de zonden van de mensen op zich te nemen zodat zij vrij zijn. Ik kan dat niet bevatten: ik heb geleerd dat je zelf verantwoordelijk bent voor wat je doet en laat. Ik heb ook niet geleerd dat mijn handelingen zondig zouden kunnen zijn. Goed of fout, ja, maar zondig? Wat is dat voor woord? Daar krijgt ‘fout’ een hele macabere lading van. Fouten zijn zaken die voor verbetering vatbaar zijn. En waarom moest Jezus daarvoor zo’n pijnlijke dood sterven?  

Een religieuze opvoeding heb ik niet gehad, toch wist ik als kind god wel te vinden. Toen mijn vader bijna doodging heb ik god beloofd dat ik altijd zonder morren zou helpen bij de afwas, als hij mijn vader beter maakte. Hij was nog niet hersteld of ik had mijn belofte al gebroken. Daarna heb ik een paar dagen met god onderhandeld over mijn belofte en vervolgens ben ik hem vergeten want in een kinderleven gebeurt veel. Dus ach, net als de Roomsen maakte ik ook een handeltje met god. In onmacht ben je bereid alles te zeggen en te beloven. Een goede religie houdt daar rekening mee. Zo mag je in het joodse geloof aan de vooravond van Grote Verzoendag aan God vragen je te ontheffen van al dit soort beloftes.
 

Daarnaast verwerk je tragische gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis: de ramp met de Herald of Free Enterprise, het Manson-Tatedrama, de Holocaust… Ben je iemand die nieuws en duiding aandachtig volgt en persoonlijk beleeft?

Eerlijk gezegd: ik heb geen televisie en kijk er ook niet naar. Ik lees ook zelden de krant. Ik volg het nieuws oppervlakkig via internet. Oppervlakkig, maar wel internationaal, want de Nederlandse pers legt andere accenten dan de Amerikaanse of Franse pers.

Het nieuws verandert nooit: er is altijd oorlog, er wordt altijd zonder en met reden gemoord en er zijn altijd mensen die willen heersen over anderen. Waarom heet het eigenlijk nieuws? Er is niets nieuws aan het nieuws.

Wat betreft de Holocaust: Ik kan niet stoppen met het zetten van vraagtekens. Hoe ontstaat zo’n beweging die uit is op vernietiging van anderen? Is dat op het punt waar religie en politiek zich met elkaar mengen en waar religie een machtsinstrument wordt? Ik zie nog steeds de gevolgen van de Holocaust in de naoorlogse generaties.

En het vreselijke is: sinds 1945 zijn weer vele genocides geweest. En echt niet alleen in Afrika of Azië of andere verweg plekken. Je zou denken, hou ermee op, maar het lijkt wel alsof er steeds weer bevolkingsgroepen zijn die andere bevolkingsgroepen per se willen doden. Nu weer Syrië, Egypte… en ook hier in West-Europa speelt religie een steeds belangrijker rol. Op een dag is Nederland weer aan de beurt als toneel voor een religieuze oorlog. Welke bevolkingsgroep slachtoffer zal zijn en welke dader, hangt af van de beslissingen die nu in Den Haag en op Europees niveau genomen worden. Gezien de opportunistische houding van de meeste politici, heb ik weinig hoop voor de toekomst.  
 
 Met Chanoeka worden donuts gegeten.
 
Op welke manier beleef je trouwens je joodse identiteit?

Ik heb geen religieuze identiteit. Ik ben in meerdere opzichten, religieus, cultureel en wat betreft nationaliteit, een mengelmoes. Ik vier Chanoeka, maar slacht ook een paashaas. Sommige mensen noemen mij het prototype van een jiddisje mame, andere vinden mij een Turkse madonna.
Als kind werd ik uitgescholden voor zwartje, onlangs verweet iemand mij een kaaskop te zijn.
Wat is toch identiteit?  

Huize Leroy heeft gecultiveerde bewoners
© Violet Leroy
In je boeken valt ook het thema vergelding, wraak, erg op. De uitwerking ervan is ongemeen heftig. Haal je de inspiratie daarvoor uit het observeren van mensen en/of is dat een emotie die je zelf ook goed kunt voelen?  

Vergelding: het is een fascinerend thema. Vergelding is iets anders dan wraak. Het recht van vergelding was al in het oude testament een belangrijk rechtsbeginsel: oog om oog, tand om tand. Je vergelding ging niet verder dan hetgeen jou of jouw familie of jouw groep was aangedaan. Evenredigheid en proportie in plaats van ongebreideld wraak nemen. Je kan daar van alles over opmerken (lijfstraffen!), maar kern van de zaak was dat het persoonlijk bleef. Als slachtoffer kreeg je genoegdoening in verhouding tot wat jou was aangedaan.

Aan die vergelding werd toegevoegd: vergeving vragen en vergeving schenken. Vergelding is dan ook een schakel in een keten: dader, slachtoffer, misdaad, schuld, vergelding en vergeving. Pas na de vergeving is het klaar. 
 
Die hele keten hebben we losgelaten: in ons huidige strafrecht gaat het om andere dingen en is het persoonlijke aspect verdwenen. Dat heeft zijn voor- en nadelen, maar feit is dat de slachtoffers en hun nabestaanden vaak met lege handen staan wanneer het aankomt op ‘vergelding’. Want hoe je alles ook rationaliseert in onpartijdige wetgeving: het gaat om mensen en menselijk leed, de emotie daarover en de bewegingen omdat leed te verwerken. Dat fascineert me, daar wil ik over schrijven en dat zie je terug in Medelijden met de duivel en in De helft van mijn ziel.

Ging het in die boeken over vergelding, in het boek waar ik nu aan werk gaat het over ‘schuld’. Ik ga het hebben over daders, mensen die in onschuld, of door omstandigheden een ander iets aandoen. Hoe werkt dat door in hun gedrag, in hun geweten? Het slachtoffer wil vergelding, maar waar is de dader naar op zoek? Vergeving?  
Dat wordt het vervolgboek van De helft van mijn ziel. 

 
Tot zover de personages die vergelding zoeken. Als je kijkt naar de andere karakters, dan kom je vaak uit bij zwakkelingen die neigen naar lafheid of bij een soort egocentrisme dat sociaal aanvaardbaar is maar moreel gezien niet erg koosjer. Ben jij ontgoocheld in mensen?

Nee, ik ben niet ontgoocheld in mensen. Waarom zou ik? Teleurstelling houdt afkeuring van andermans gedrag in. Misschien ben ik zelf ook wel een lafaard als het erop aan komt. Mensen zijn niet goed of slecht, geen held of lafaard. Je perspectief bepaalt of je iemand beoordeelt als held of als lafaard, maar beide personages zijn niet realistisch. De soldaat die levens redt door te doden zal voor de ene partij een held zijn en voor de andere een oorlogsmisdadiger.
In mijn boeken kom je geen helden tegen. Ze bestaan niet. Wel twijfelaars en opportunisten. Dat zijn mijn ‘helden’.
Wat niet onverlet laat dat ik graag naar James Bond kijk. 


Wat je boeken nog kenmerkt, is het intense meevoelen met kwestbaren, kinderen en volwassenen. Psychologen zeggen dat mensen met veel empathie vroeger ook direct of indirect met (een) slachtoffer(s) geconfronteerd werden. Herken jij dat? 

Ik herken het zeker. Ik ben opgegroeid in een milieu waar de volwassenen de Tweede Wereldoorlog in al zijn verschrikkingen hebben meegemaakt. Dat betekent dat je als kind te maken krijgt met alle mogelijke emoties.

Die oorlog was niet afgelopen op 5 mei 1945, of op 15 augustus 1945, generatie op generatie wordt nog steeds geconfronteerd met de gevolgen. Bijna 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog bepalen ervaringen van toen het gedrag van nu. Wie daarin is opgegroeid heeft geleerd daarmee om te gaan: je leert stemmingen en gedragingen van volwassenen in te schatten, al was het alleen al om zelf te overleven. Mijn inlevingsvermogen is van universitair niveau.  
 

Zoals je in mijn bespreking van De helft van mijn ziel kunt lezen, vind ik je werk erg origineel, zelfs wanneer je vertrekt van een invalshoek die andere collega’s al gebruikt hebben (de grote thema’s zijn natuurlijk ook beperkt). Hoe ga je te werk om telkens opnieuw fris en verrassend te kunnen zijn? 

Ik zou natuurlijk een hoogdravend verhaal kunnen houden over creativiteit en inspiratie, maar het komt waarschijnlijk gewoon omdat ik een beetje onaangepast ben omdat ik nooit het gevoel heb gehad ergens bij te horen. Misschien lijkt het daarom dat ik fris en verrassend ben, maar ik weet gewoon niet beter.   

De moord op Roman Polanski's vrouw, Sharon Tate,
is een invalshoek in 'De helft van mijn ziel'

Je bent een kundig plot- en ideeënmens. Kom je wel eens een thema tegen waarvan je denkt: ‘Dit is erg boeiend maar zo moeilijk te verliteraturen, misschien zelfs onmogelijk'?  

Bedankt voor het compliment!  Ik ben nu bezig met het thema ‘schuld’. Het ontstond via twee kanalen: Toen ik De helft van mijn ziel schreef, schreef ik tegelijkertijd een ander verhaal. Dat ging over iemand die iets gedaan had, dat zonder dat ze het wist, vreselijke gevolgen had. Het thema was ‘rouw’ en daar ben ik mee gestopt omdat ik erin vastliep. Dat wordt niets, dacht ik en ik had het bestand bijna gewist.

Maar toen ik De helft van mijn ziel klaar had, zag ik opeens een parallel tussen de twee verhalen: ook Hofman doet ongewild een ander iets aan. Hij ervaart dat alsof hij een niet te betalen schuld aan het slachtoffer heeft. In plaats van ‘rouw’ moest ‘schuld’ het thema zijn, realiseerde ik me. Ik ben nu bezig het verhaal van Hofman en het verhaal van die vrouw met elkaar te verbinden en ze passen als een puzzel in elkaar.
Dus: nee, ik ben nog niet tegengekomen dat ik een thema niet kan verliteraturen. 
 
 
Lees hier de recensie van De helft van mijn ziel


13 mei 2014

Derwent Christmas


© Patricia Börger
Een aantal jaren geleden stond Derwent Christmas aan de wieg van het literaire tijdschrift Tzum. Het letterkundige gebeuren in het noorden van het land een injectie geven, was de hoofdbekommernis van de oprichters. Hoewel de initiatiefnemers slaagden in hun opzet, dragen intrigerende schrijvers met een breed lezerspubliek nog net iets meer bij aan het boekenklimaat van een regio.
 
Twee tranen, het debuut van Derwent Christmas uit 2008, leverde hem meteen de Schaduwprijs op. Met een tweede en nu een derde spannende roman blijft deze Groninger de aandacht van de lezers terecht opeisen. In een hoogstaande stijl legt hij de ziel van zijn personages bloot en laat hij onze eigen levens erin spiegelen. Daarbij is ‘illusie tegenover werkelijkheid’ een terugkerend thema.
 
 
‘Wanneer twee mensen hetzelfde anders ervaren
ontstaat er spanning en naar die spanning ben ik altijd opzoek.’

 
Op de achterkant van De stilte voor Julia staat een streng ogende man. Is dat de docent in jou?

‘De meeste mensen die mij kennen, zullen mij niet als ‘streng’ typeren en toch kan ik voor de klas wel eens een ‘baas’ zijn, maar pas wanneer een klas zelfs met een zeer motiverende en positieve benadering niet meer te vangen is voor de lesstof. Dan is streng kijken of zwijgen vaak de beste, soms de enige, manier om de aandacht terug te winnen. Zelf ben ik van mening dat de foto goed past bij mijn verhalen. Ze zijn vaak ernstig, omdat mijn hoofdpersonen zich in de problemen werken door hun karaktereigenschappen en de nalatigheid die daaruit voortvloeit.’

 
Je personage Aaron zegt dat hij in zijn eerste onderwijsjaren weleens geschrokken was van de ongrijpbare dynamiek van een volledige klas. Geldt dat ook voor jou? En hoe ga je daar dan mee om?

‘Ieder jaar maakt elke docent een moment mee waarop hij aanvoelt dat er ineens een nieuwe dynamiek in een groep ontstaat. Bijvoorbeeld wanneer je een bewering doet die niet onmiddellijk voor waar wordt aangenomen. Er komt dan een andere soort energie vrij en je ziet bij sommigen de blik in de ogen veranderen, alsof ze een achilleshiel bij je hebben gevonden. Kinderen beginnen dingen te roepen zonder dat ze het woord hebben gekregen, onderling worden er grappen gemaakt, leerlingen draaien zich om en overleggen met de achterbuurman. Je geloofwaardigheid lijkt even te verdwijnen. Een ervaren docent weet dat hij op zo’n moment stevig moet ingrijpen. Even bulderen, om daarna al heel snel weer heel rustig en motiverend uit te leggen wat je precies probeerde te vertellen.’
 
 
Mag er uit je boek worden opgemaakt dat je zware vraagtekens plaatst bij mindfulness? En, zo ja, wat is je kritiek erop?

‘Mindfulness is iets moois, je kunt er namelijk heel rustig van worden. Hij leert je bijvoorbeeld om in het nu te staan en niet te veel bezig te zijn met straks of vroeger. Bovendien leert mindfulness je om niet te oordelen, maar mild te zijn.

Zelf heb ik me een tijdje bezig gehouden met de materie en hij werkte voor mij echt. Ik was milder, ik genoot meer van de dingen die ik deed. Maar dat was tijdens de zomervakantie. Toen het schooljaar weer begon, merkte ik al heel snel dat ik het niet vol hield om zonder oordeel te zijn, om de dingen te ondergaan, om vooral met vandaag bezig te zijn en niet met morgen, om heel bewust rustmomenten in te bouwen tijdens een werkdag, om je brood langzaam en met aandacht te eten. Mindful zijn is iets wat je bewust doet. Maar wanneer je onder druk komt te staan, val je terug op ingesleten patronen, op het onbewuste en dan is het al snel gedaan met al die mildheid en andere zaken.

Wat mij stoort aan mindfulness is het geloof dat mensen er soms in hebben. Alsof hij een nieuwe religie is. Maar die mensen moeten niet vergeten dat stress en oordelen geven vaak gekoppeld zijn aan karaktereigenschappen en die poets je echt niet weg.’

 
Probeer je je leerlingen een manier van denken en zijn mee te geven? En welke is dat dan?

‘Mijn stelregel is dat je moet geloven in jezelf. Omdat ik als schrijver weet waarover ik praat gebruik ik mijn verhalen en schrijftechnieken vaak tijdens lessen over literatuur. Op een dag zei een leerling vanuit het niets, luid en duidelijk: “Meneer, u vertelt steeds over uw eigen werk en ervaringen. Volgens mij vindt u zichzelf fantastisch.” Ik wachtte tot de klas uitgelachen was en antwoordde toen heel rustig: “Dat klopt. En ik hoop dat er één iemand op deze wereld is die jou fantastisch vindt. En ik hoop dat jij die diegene bent.” Het bleef daarna een minuut stil. Je kunt van anderen niet verwachten dat ze in je geloven, wanneer je niet eens in jezelf gelooft.’
 
De Afsluitdijk, een bekende route van personage Aaron
© Roger Wollstadt
Spelen boeken daar ook een rol bij? Zo ja, welke? Krijg je hen überhaupt nog aan het lezen?

‘Lange tijd heb ik gedacht dat leerlingen enthousiast worden voor lezen als de docent veel over boeken praat en veel aan boekpromotie doet. Deels werkt dat ook wel, maar veel vaker niet. Dat komt doordat er tegenwoordig zoveel alternatieven voor het lezen zijn, dat leerlingen hun eerste enthousiasme al vergeten zijn wanneer ze het lokaal uitlopen en op het scherm van hun mobiel kijken. Er volgt dan niets op mijn boekpromotie.

Wat wel erg goed werkt, is leeringen tijdens de les de tijd geven om te lezen. Iedere periode offer ik drie lessen daarvoor op. Na drie leeslessen zijn leerlingen behoorlijk gevorderd in een boek en daarna worden ze nieuwsgierig naar de afloop van de roman. Dan lezen ze thuis ook ineens een stuk eenvoudiger, meer vanuit zichzelf. Leerlingen vinden het volgens mij ook wel eens fijn dat er lessen zijn waarin helemaal niet gesproken wordt en het enige geluid bestaat uit het omslaan van bladzijden.’

 
Ben je het ermee eens dat De stilte voor Julia een erg donker boek is? Dat uitzichtloze zit niet alleen in het drama dat Aaron en Marianne overkomt maar ook in het uitblijven van troost en in de egocentrische manier waarop doorsnee mensen met elkaar communiceren.

‘Een goede vriend van me las als eerste mijn boek, nog voordat het verscheen, en ik vroeg hem of hij het een duister verhaal vond. Maar nee, hij zag geen donkerheid.

Ik ben het niet met hem eens. De stilte voor Julia is een donker boek omdat het naast de spanning rondom de wraak voornamelijk over dood, schuld, onvermogen en zelfmoord gaat. De hoofdpersoon is tijdens zijn wraak eigenlijk maar met een ding écht bezig en dat is de dood. In bijna ieder hoofdstuk van de ‘heden’-lijn zit die verwerkt: de manier waarop de hoofdpersoon ligt te slapen, de observaties die hij doet hebben een link met de dood. Bovendien vind ik het verhaal ook duister door de tragiek; er zitten twee versies van de waarheid in het boek en de ene laag is nog triester dan de andere. De ene versie is overduidelijk, maar als je het boek een tweede keer leest komt er mogelijk een tweede waarheid naar boven en die is echt tragisch en daardoor duister.’
 
The punisher,
een film die door het hoofd van Aaron spookt
Ik veronderstel dat je nagedacht hebt over de manier – toon, stijl – waarop je dit verhaal over grote radeloosheid zou vertellen. Tot welke conclusie ben je toen gekomen?

‘Over de toon en stijl heb ik niet bewust nagedacht. Die dienen zich als vanzelf aan wanneer ik begin te schrijven. Het verhaal vraagt een manier van formuleren en afstandelijkheid. Met de vorm heb ik wel een tijdje gestoeid. Ik wilde een snelle manier van vertellen houden en ik wilde de verschillende verhalen op een goede manier met elkaar verweven. De korte hoofdstukken die uiteindelijk zijn ontstaan passen perfect bij de verwarde staat waarin mijn hoofdpersoon verkeert.’ 
 

‘Binnen dezelfde werkelijkheid kunnen mensen in heel andere universums leven’, zegt één van je nevenpersonages. Is dat eerder boeiend dan problematisch of omgekeerd?

‘Die zin is een sleutelzin binnen het verhaal. Voor de hoofdpersoon is de bevinding eerder problematisch dan boeiend, maar daarover kan ik niets zeggen omdat ik daarmee te veel weggeef over het verhaal. Voor mij als schrijver is de zin eerder boeiend dan problematisch. Wanneer twee mensen hetzelfde anders ervaren ontstaat er spanning en naar die spanning ben ik altijd opzoek. Ik zie ook een raakvlak met mindfulness. Iemand die mindful naar de dingen om hem heen kijkt, ziet een andere waarheid en werkelijkheid dan iemand die een vluchtige blik werpt en snel oordeelt.’
 
Het raderwerk van onze hersens levert boeiende romans op
© Filosofias Filosoficas
Je hebt even geleden het literaire onlinetijdschrift Tzum opgericht. Wat heb je precies willen toevoegen aan het literaire landschap?

‘Heel wat jaren geleden heb ik met Coen Peppelenbos het papieren tijdschrift Tzum opgericht, omdat wij vonden dat er literair meer moest gebeuren in het noorden van het land. Wij waren literair betrokken en hoopten met het tijdschrift iets los te maken. Dat is wel gelukt. Er hebben altijd bijdragen van noordelingen in gestaan. Toen de digitale versie startte zat ik al een tijd niet meer in de redactie, maar ik heb nog wel een band met Tzum. Ik kijk meerdere keren dag naar op de site en ik ben er trots op dat de Tzum.info steeds vaker als autoriteit wordt aangehaald op andere sites en in kranten. Dat is de verdienste van Coen en de mensen om hem heen en ik heb diepe respect voor de scherpte die ze laten zien in het verzamelen en maken van nieuws.’  

 
Je bent ook stadsdichter van Leeuwarden geweest. Wat kan een stadsdichter betekenen voor de gemeenschap? En welke thema’s heb je in je gedichten gestopt?

‘Als stadsdichter schrijf je met name over gebeurtenissen en bijzondere plekken in de stad, maar mijn beste gedichten uit die periode gaan over mezelf. Na twee jaar stadsdichten heb ik geen gedicht meer geschreven. Ik vind het veel aardiger om verhalen te schrijven. Ik ben uiteindelijk veel meer een auteur van spannende verhalen. Dat is wat ik van die twee jaar heb geleerd.’

 
 



9 mei 2014

Olivier Truc

 

Beleidsmakers en het brede publiek wijzen op misstanden, is een taak van journalisten. Dat is ook wat de Franse correspondent in Scandinavië (onder meer voor Le Monde), Olivier Truc, gedaan heeft toen hij de fascinerende maar ook bedreigde cultuur van de Samen ontdekte. Dat het gevaar uit diverse hoeken kwam en nog steeds komt, is een shockerende vaststelling.
 
Sinds hij zijn bevindingen heeft kunnen verwerken in een (spannende) roman, heeft de strijd om het voortbestaan van de Samenidentiteit nog meer weerklank gevonden. In Veertig dagen zonder schaduw stond ook een journalist op die een begenadigd fictieauteur bleek te zijn. De historische en actuele uitgangspunten heeft hij perfect geïntegreerd in de personages en het plot. Voor de combinatie van leesplezier en een college in etniciteit, mag je wel even gaan zitten!

 
'De rendierhouders zijn één van de eerste slachtoffers van de klimaatsverandering.'

Je bent correspondent voor diverse Franse media. Op welke manier heb jij het land van de Samen leren kennen?

Ik heb de wereld van de Samen via mijn reportagewerk ontdekt. Ik heb onderzoek gedaan naar conflicten en processen die rendierhouders, in termen van grondrechten, tegenover boeren of mijnbouwmaatschappijen plaatsten. Mijn kennismaking met die wereld had dus niets folkloristisch of exotisch. Deze ervaring heeft mijn kijk op de Samiproblematiek erg beïnvloed.
 

De Samiwereld is een clanmaatschappij die eerwraak kent en er vroeger een sjamanistische levensvisie op nahield. Waar ligt de oorsprong van dit volk? Wat is er over hen geweten?

De vraag over de herkomst van de Samen is fascinerend en nog steeds onderwerp van discussie. Ik denk dat er geen eenvoudig antwoord op kan gegeven worden. De recentste onderzoeken wijzen uit dat de Samen niet afstammen van een volk dat duizenden jaren geleden naar het Hoge Noorden gekomen is maar eerder het resultaat is van de vermenging van diverse volkeren in de loop van de afgelopen millennia. Die kwestie zal trouwens uitgediept worden in een volgende roman.
  
Rendier op zoek naar korstmos
© Billy Lindblom
Kun je als rendierhouder een fatsoenlijk inkomen bij mekaar werken? Hoe ziet de toekomst van de rendierhouderij, die tot het hart van deze cultuur behoort, eruit?

Een aantal rendierhouders kan natuurlijk leven van het beroep maar op de dag van vandaag heb je wel grote kuddes nodig om daar alleen van te leven. Veel rendierhouders houden er dus andere activiteiten op na, zoals het toerisme, de visvangst, de jacht, of oefenen andere beroepen uit naar gelang het seizoen. De toekomst van de rendierhouderij wordt bedreigd door de druk van de mijnbouwindustrie, de bouw van vrijetijdshuisjes, de inplanting van windmolenparken en de opwarming van de aarde. De rendierhouders zijn één van de eerste slachtoffers van de klimaatsverandering. In het begin van de winter zijn er steeds vaker zachtere periodes die afgewisseld worden door koude periodes. Wanneer de sneeuw smelt als gevolg van een kleine temperatuurstijging en daarna, door een inval van koude, bevriest, vormt er zich ijslaag op ijslaag. Een rendier kan één ijslaag breken maar niet een aantal. Bovendien kan het dier door de lagen heen de geur van het korstmos niet opsnuiven. De honger dreigt dus. En als de kuddes hun eten elders gaan zoeken, vermengen ze zich met andere kuddes en krijg je conflicten tussen rendierhouders.
 

Heel wat Samen zoeken een bijverdienste in het toerisme. Kunnen toeristen bijdragen tot het voortbestaan van de Samicultuur of schaadt de toeristische aanwezigheid eerder de authenticiteit van dit volk?

Alles hangt af van het soort toerisme. Gelukkig zie je dat er zich nu een duurzaam toerisme ontwikkelt waarbij volkeren, in dit geval de Samen, gerespecteerd worden. Het dagelijkse leven leren kennen, zelfs voor de duur van een korte reis, is een manier om hen te helpen. Sommige Samen zijn bereid om toeristen te verwelkomen. Die activiteit zorgt voor een belangrijke aanvulling van hun inkomsten. Het is het massatoerisme dat schadelijk is, zowel in Samenland als overal elders. 
 
Samen op het raakvlak van twee culturen
© Gáldu
Over de Samiwereld, die zo verschilt van de onze, zegt één van je personages, de politiecommandant, ergens: ‘…misschien is het zelfs geen wereld voor ons, niet-Sami.’

Omdat alles afhangt van de mensen die je ontmoet en van je eigen houding, heb ik geen eenvoudig antwoord op deze vraag. De Samen zijn wantrouwig omdat ze tot een minderheidscultuur behoren waarvan de rechten niet altijd gerespecteerd worden en omdat ze slachtoffers zijn geweest van racisme en kolonialisme. Dat alles maakt de mensen voorzichtig. Maar ze zijn ook erg trots op hun cultuur en delen die graag.


Er zijn blijkbaar Samiparlementen in de Scandinavische landen. Welke bevoegdheid hebben ze? Je personage Olaf is zo’n gedeputeerde. Welk soort Samen heeft belangstelling voor zo’n parlement?
 
Er zijn Samiparlementen in Noorwegen, Zweden en Finland. Hun macht is veeleer beperkt. Dat in Noorwegen is wel het machtigst. De partijen behartigen uiteenlopende belangen, zowel die van de rendierhouders als die van Samen met een heel andere manier van leven. Deze laatsten voelen zich, als Samen, vaak minder beschermd.


‘Ik geloof niet in jullie recht,’ zegt de sjamaan Aslak. Doen de wetten van Noorwegen, Zweden en Finland de Samen onrecht?

Dat is een ingewikkelde kwestie want in theorie zijn de Samen beschermd door nationale wetten en door internationale conventies. Maar in de praktijk zijn ze vaak het slachtoffer van misbruik.  

In hun karige habitat zijn de rendieren altijd op zoek naar eten.
 © Bjørn Christian Tørrissen
 
De Lutherse sekte van de Laestadianen is al 150 jaar actief in Scandinavië. Door het opdringen van hun godsdienst en hun afkeer van het sjamanisme zijn ze altijd bedreigend geweest voor de cultuur van de Samen. Hoe ziet de rol en betekenis van deze groep rigide gelovigen er in deze tijd uit?

Eigenlijk zijn ze niet bedreigend voor de Samen als je kijkt naar de bijdrage die Lars Levi Laestadianus, de Lutherse dominee, die aan de wieg stond van deze rigide stroming, in die tijd geleverd heeft aan de redding van het Samenvolk. Hij heeft hen bij de alcohol, die ravages aanrichtte, vandaan gehaald. Ook tegenwoordig nog praktiseren veel Samen het Laestadianisme. De sjamanenvervolging gebeurde voornamelijk in de 17de en 18de eeuw, op het ogenblik van de kolonisatie van Lapland, en dus vóór het ontstaan van het Laestadianisme. 
 

De hoofdrol in het boek is voor een sjamanentrommel. Gaat het hier om een fictieve trommel of heeft, gezien het belang van de decoratie, een bestaand instrument model gestaan?

De trommel uit mijn boek is een fictieve. Ik heb hem gecreëerd in functie van het verhaal. De tekening van deze trommel blijft nog even geheim. Misschien maak ik ze op een dag bekend… Maar, om mij te laten inspireren door de echte symbolen waarvan de sjamanen zich in het verleden bediend hebben, heb ik de bekende 71 trommels in musea en collecties zeer goed bestudeerd.
 

 

6 mei 2014

Monique Burger

 

Belezen, kundige mensen die overlopen van enthousiasme en dat willen delen, daar is in boekenland nood aan. Dat bewijst het succes van het panel van boekhandelaars in de DWDD. 

Hoe blij je van boeken wordt, zie je aan de mimiek van Monique Burger, één van de vier panelleden. Zelfs als je het geluid stil zet, vertellen de ogen van de Amsterdamse je dat je de titel die ze aan de camera toont absoluut moet lezen. Meer zelfs: de roman of het non-fictiewerk in kwestie zal je leven veranderen! Monique zien betekent dat je naar de winkel of de bib rent... en zo hoort het ook!

Voor en achter de balie van De Nieuwe Boekhandel trekt ze die lijn door.  Een goeie boekhandelaar zijn, betekent meer dan het inkopen van de juiste boeken.

http://www.libris.nl/denieuweboekhandel

‘… je moet af en toe een HEEL coole auteur naar je winkel halen.’

Je bent één van de superenthousiaste boekenliefhebbers uit het panel van DWDD. Waaruit is die boekenliefde gegroeid?
Het is begonnen bij mijn opa, die mij en mijn broertjes en zusje altijd voorlas met zijn prachtige vertelstem. Als kind ontdekte ik daardoor al snel dat je door het lezen van een boek met je hoofd in een heel andere wereld kunt zijn.
 
Hoe zou je de variëteit van de boeken die je leest omschrijven?
Ik lees alles: romans, goeie jeugdliteratuur, poëzie, thrillers, geschiedenisboeken, kookboeken, tuinboeken. Ongeveer in die volgorde. Nogal eclectisch, dus.

Aan welke criteria moet een boek voldoen om je aan de bladzijden te kluisteren?
De eerste zin moet stáán. Soms gebeurt het dat de eerste zin zich meteen in mijn netvlies brandt: dan is hij echt goed, want blijkbaar raakt hij dan iets. Een plot moet zich binnen de eerste 25 pagina’s ferm aankondigen; een plotloos boek mag ook, maar dan is de stijl weer van cruciaal belang. Als ik twijfel, lees ik soms tot 100 bladzijden, maar dan is het ook echt gebeurd.



De Nieuwe Boekhandel:
Met de opvoeding van deze kleuter is niets mis!

Als je een slappe boekenliefhebber aan het lezen zou willen krijgen, met welke argumenten kom je dan? En bestaat er ook zoiets als slecht advies?
Haha, slecht advies? Ja, ongevraagd zeggen dat je een boek niet goed vindt zonder meteen een alternatief te laten zien. Verder is een slap gebracht advies ook een slecht advies, je moet het wel met overtuiging brengen. Een ‘slappe boekenliefhebber’ zou ik als uitdaging zien, omdat het dan helemáál op mijn kennis en overtuigingskracht aankomt: je hebt maar één kans om deze lezer weer op gang te krijgen. De argumenten hangen af van het soort boek en soort lezer en kan ik hier niet allemaal noemen.

Komen er voldoende jongeren naar De Nieuwe Boekhandel? En hoe krijg je jongeren aan het lezen?
Voldoende, maar nooit genoeg! Je krijgt jongeren aan het lezen door zelf jongerenboeken te lezen en dus te weten waar je over praat. Verder moet je de jongeren opzoeken op school en je moet af en toe een HEEL coole auteur naar je winkel halen.

Van het aantal boeken dat er verschijnt, kun je er maar een beperkt aantal lezen. Maar als boekhandelaar kun je vragen krijgen over alles wat in de winkel ligt. Hoe ga je met die beperking om? En welke boeken pik je er uit om te lezen?
Ik koop ze zelf in, dus ik ken de boeken van tevoren. Verder is het noodzaak om de recensies te volgen, en je moet weten wie er op tv en radio geïnterviewd worden. Via Twitter en Facebook kom je ook veel over de inhoud van boeken aan de weet. Boeken die me aanspreken pik ik eruit. Zie boven☺.


Het aanstekelijke boekenpanel van DWDD:
Wim Krings, Monique Burger, Ronnie Terpstra en Gerda Aukes
Hoe ervaar je de ontmoetingen met je collega-panelleden? Word je daar, bijvoorbeeld, een blijere of intensere lezer van?
Ik was altijd al een stevige lezer, maar de panelleden wijzen me soms op titels die ik zelf niet direct in het vizier had. Ik lees nu meer in de breedte. Het contact is erg goed en verrijkend.

(Media-)aandacht voor boeken stimuleert de verkoop en het leesgedrag. Met welk soort literaire initiatieven ben jij het meest blij?

Leeskringen à la Murakami (hebben we zelf ook), initiatiefrijke auteurs die de boekhandels ondersteunen, uitgevers die echt wat voor je doen als je uit eigen beweging iets organiseert rond een boek, boektrailers op Youtube vind ik fijn, Twitter en Facebook vind ik fijn. En verder alles wat nog nooit eerder vertoond is in een boekhandel.
 
Hoe sta je tegenover de opkomst van het e-book, als boekverkoper maar ook als boekliefhebber?
eBooks en papieren boeken zullen altijd naast elkaar blijven bestaan. De boekhandel moet beide ruim aanbieden. Zelf ben ik van het papier, ik zie een
boek echt als een ‘work of art’.

Hoe ziet de top3 van onweerstaanbare boeken er voor jou uit?

1. Dave Eggers, Wat is de wat; 2. David Vann, Caribou Island; 3. Alle delen van Het Bureau van J.J. Voskuil.
    

26 april 2014

Eva Kelder

© Hester Doove
Eva Kelder lijkt op de zus van Dexter. Toch volgens een mede-genodigde van haar op het laatste boekenbal. Over dit vreemdsoortige compliment berichtte de schrijfster in één van haar gesproken columns op AmsterdamFM.

Voor wie van een langere vertelling houdt, is er nu haar roman Het leek stiller dan het was. Hierin creëert ze spanningsvelden tussen jeugd en volwassenheid, binnen- en buitenwerelden, verwachtingspatronen en authenticiteit.

Als de lovende recensies over dit poëtisch-beschouwende boek hun werk doen, zullen de collega-auteurs op het volgende boekenbal niet meer de andere kant op willen kijken...!
 

De inspiratiebronnen uit de Engelse literatuur
maken me tot op de dag van vandaag een gelukkig(er) mens.

 
Seijes jeugd op Vlieland is een botsing van schoonheid en wreedheid.
Heb je een statement willen maken door Seijes tienertijd op deze hardvochtige manier neer te zetten? Wordt er doorgaans te rooskleurig naar het opgroeien gekeken?
 
Ik wilde de schoonheid en idylle van Vlieland afzetten tegen de horror in Seijes kinderhoofd. Het contrast tussen hoe iets is en hoe iets lijkt, vind ik interessant. Seije ervaart de schoonheid van Vlieland als troostrijk, maar tegelijkertijd spiegelt de natuur van het eiland (bijvoorbeeld de heftige gebeurtenissen op de zandvlakte ‘de Vliehors’) haar innerlijke vertwijfeling en onrust. Ik denk dat opgroeien veel tegenstrijdigheden met zich meebrengt. Seije ondergaat het met een mengeling van angst en bravoure die gepaard gaan met opgroeien, althans zo heb ik het zelf ervaren. Ik haal graag aan wat Maarten Asscher (schrijver en directeur Athenaeum Boekhandel) hier over zei: ‘Mooi en schrijnend is de ontmaskering van de jeugd en de onschuld, hoe de volwassen narigheid van het leven zich veel vroeger in het leven manifesteert dan mensen aan elkaar en aan zichzelf plegen toe te geven.’
 

Tijdens de zoektocht naar zichzelf ontdekt Seije de Engelse letterkunde. Je hebt ervoor gekozen om de rebelse Beat Generation en F. Scott Fitzgeralds klassieker The Great Gatsby als voorbeelden te gebruiken. Waarom deze twee? En zijn deze voor- en na-oorlogse auteurs nog in beeld bij jonge mensen?  

Ik heb wellicht een vertekend beeld, omdat ik Engelse Letterkunde heb gestudeerd haha, maar ik denk absoluut dat deze auteurs nog volop gelezen worden en bepalend zijn voor huidige generaties. Kijk maar naar de recente verfilmingen van On the Road and van The Great Gatsby. Gelukkig maar, want deze tijd vraagt om voorbeelden uit de kunst en literatuur waarin maatschappelijke overtuigingen en kaders in twijfel worden getrokken. Het leek stiller dan het was gaat ook over de narcistische trekken van mijn generatie. We streven continu naar een betere versie van onszelf, net als Seije. Dit continue streven naar perfectie, naar de goedkeuring van anderen, doet haar uiteindelijk bijna de das om. Het willen ontsnappen aan die wurgende (maatschappelijke) druk is een van haar drijfveren om juist de Beat-generatie te gaan onderzoeken. Ze schoven met de grenzen van hun tijd. Bevroegen, morden aan wat identiteit was, de verstikkende eenvormigheid en eenduidigheid van de heersende opvatting over identiteit en moraal. Dat is wat Seije ook zo in hen aanspreekt, ze wil haar oude zelf vernietigen, streven naar een nieuwe hogere versie van zichzelf, ze wil voldoen.

De grauwe charme van Edinburgh
© Kim Traynor
De gevestigde schrijvers ontgoochelen haar omdat ze niet in staat zijn de wereld naar hun hand te zetten. Je hebt er niet voor gekozen om hen haar leermeesters te laten zijn, inspiratiebronnen waaruit ze steun zou kunnen putten. Waarom niet? 

Interessante vraag. In mijn optiek bieden ze Seije allereerst een letterlijke uitweg uit het moeras van haar jeugd. Ze reist haar literaire helden achterna door in Edinburgh Engelse Letterkunde te gaan studeren. Ze blinkt uit tijdens haar studie, in het bijzonder met haar thesis over de vrouwelijke Beat poets. Haar literaire leermeesters ‘verheffen’ haar boven de andere studenten, bieden haar een kans te excelleren als eindredacteur van het faculteitsblad. Seije meet zich een nieuwe identiteit aan, die van succesvolle academica. Haar oude identiteit wordt opgeheven, net zoals Masterson haar en haar mede-studenten opdraagt tijdens het eerste college over de Beat Poets. En toch volgt dan onvermijdelijk haar ‘down-fall’. Net als bij haar literaire helden volgt het leven niet het zorgvuldig door haar uitgestippelde pad. Ze vecht zo hard voor erkenning en voor de liefde en goedkeuring van Daniel dat ze zichzelf volkomen verliest.

 
Je hebt zelf Engelse literatuur gestudeerd. Heb jij wel inspiratiebronnen gevonden, voor je leven in het algemeen of op literair gebied?

Absoluut. Mijn studie Engelse Letterkunde was ook voor mij een ontsnapping, een vlucht in een periode waarin het leven niet al te gemakkelijk was. Nadat mijn ouders gingen scheiden op mijn achttiende volgde een angstige periode waarin ik en mijn zusje en mijn moeder op straat dreigden te komen staan. Mijn vader werkte niet mee aan het vinden van een woning voor ons, omdat hij vond dat ik en mijn zusje 'de scherven moesten slikken' van de beslissing van mijn moeder te gaan scheiden. Ik was depressief en verdrietig. Pas toen ik een jaar in Edinburgh ging studeren loste de nevel op. Ik werd verliefd op de andere uitwisselingsstudent van de UvA, maakte internationale vrienden en ervoer iedere dag de extase van denken en studeren in het Engels. De inspiratiebronnen uit de Engelse literatuur maken me tot op de dag van vandaag een gelukkig(er) mens.

Allen Ginsberg en Peter Orlovsky ,
 twee voortrekkers van de Beat Generation
© Herbert Rusche
In het boek zitten erg veel beschouwende zinnen die je tot nadenken aanzetten. Er is sowieso veel in te vullen voor de lezer, tot en met het open einde. Zegt dat iets over het soort lezer dat je graag wil hebben?

Ik had geen type lezer in gedachten terwijl ik het boek schreef. Wel had ik een vast besluit genomen dat ik de lezer niet louter wilde verleiden met poëtische taal en daarnaast (hopelijk) tot doorlezen uitnodigende plotlijnen. Ik wil de lezer wel een beetje prikkelen en zonder hoogdravend te willen klinken: wakker schudden. Weinig is zwart-wit in het boek. Ook de liefde tussen moeder en kind en tussen geliefden niet. We projecteren allemaal onze verlangens op die ander en duwen en trekken tot die verlangens beantwoord worden. We laten niet graag ruimte open voor de verlangens en gedachten van de ander (niet echt, al denken we misschien van wel). Ik wil pleiten voor meer open plekken, meer ruimte tussen hoe we over anderen denken, meer reflectie en misschien is dat doorgesijpeld in de vorm en opbouw van het boek.