6 mei 2013

Magnus Montelius

© Stefan Holm
Telkens weer komen er misdaadauteurs uit Zweden die een hoog niveau halen en eigenzinnig zijn. Magnus Montelius is één van hen.
 
In zijn debuutroman, het Koude Oorlog-verhaal De man uit Albanië, legt hij een wereld bloot waarin individuen als pionnen verschoven worden op het schaakbord van de internationale politiek. Maar ook op een lager maatschappelijk niveau worden machtsspelletjes gespeeld en komen personages te voorschijn die, tegen de achtergrond van de jaren ’60, orakelen over idealen maar als puntje bij paaltje komt, in het beste geval, saloncommunisten zijn en, in het slechtste geval, hun ziel verkopen.

Wat heeft een water- en milieudeskundige gemeen met internationale spionage uit een ander tijdperk?

 
"Als iemand een verhaal leest over de Koude Oorlog, verraad, moord, oplichterij… en denkt: ‘Dit is net het Antwerpse postkantoor in de tijd dat ik er werkte!’, dan is de schrijver in zekere zin geslaagd in zijn opzet."


Bij het lezen van je cv valt onmiddellijk op dat je een man van de wereld bent. Je woonde in Afrika en Latijns-Amerika, je was vaak in Oost-Europa… Wat hebben die ervaringen met jou als persoon gedaan? 

Ik ga ervan uit dat reizen en leven in het buitenland in tal van opzichten de grootst denkbare invloed hebben gehad op mij als persoon. Toen ik 19 was, reisde ik vier maanden lang dwars door Indonesië en logeerde bij families in dorpjes. Toen ik op een avond in een sarong op de veranda zat, nippend aan een thee and luisterend naar de krekels, besloot ik voor een loopbaan te kiezen die me in staat zou stellen om overal ter wereld te werken. Daarna keerde ik naar Zweden terug om voor scheikundig ingenieur te studeren. 
 
Terwijl ik nog studeerde, werkte ik een zomer lang in Hongarije, toen nog een door de Sovjets gecontroleerd land. Mijn thesis ging over de behandeling van afvalwater in de sloppenwijken van Manila. Uiteindelijk werd mij een baan aangeboden bij de VN in Afrika. Daarna woonde ik drie jaar in Latijns-Amerika en kreeg ik opdrachten in Oost-Europa en de voormalige Sovjetrepublieken.
 
De invloed van dit soort ervaringen ligt niet alleen bij het zien van veel fascinerende landen, hoewel dat ook fantastisch is, maar vooral bij het werk dat ik doe. Dat brengt me bij alle lagen van de bevolking. Soms ben ik ‘s ochtends in sloppenwijken en bij vuilnishopen, wissel ik van schoenen in de auto en ga ’s middags uitleg geven bij burgemeesters en ministers.
 
Overal ter wereld mensen van allerlei pluimage ontmoeten heeft een levendige interesse voor anderen bij me opgewekt. 

Rijstvelden op Bali © Alain Bachellier

Je hebt een wetenschappelijke achtergrond als water- en milieudeskundige. Wat boeit jou in die vakgebieden?

Hoewel wetenschap en engineering mijn oorspronkelijke achtergrond vormen, werk ik rond zaken die mensen mischien niet als zuiver wetenschappelijk beschouwen. Kort gezegd ben ik expert in het verstrekken van universele basisvoorzieningen zoals zuiver water, sanitair en vuilnisophaling, in hoe je dat organiseert en financiert in armere landen, in hoe weinig bemiddelde mensen daar toch toegang toe kunnen krijgen. Mijn werk draait vooral rond management en overheidsbeleid, dingen die mij fascineren. Ik denk dat je kunt stellen dat ik een sector gevonden heb waarin ik mijn opleiding als ingenieur kan combineren met mijn passie voor het begrijpen van mensen en samenlevingen.



Toch heb je ook veel aanleg voor taal en literatuur. Welke plaats nemen die in je leven in? En heb je de taal en toon voor je fictiewerk snel gevonden?
 
Ik ben altijd een gepassioneerde lezer geweest; ik denk dat je dat moet zijn als je schrijver wil zijn. Als je veel leest heb je toegang tot een parallelle wereld van mensen en ervaringen die je anders onthouden zou worden. Lezen verbreedt je horizon. Toen mijn dochter klein was, ben ik een tijdje thuis gebleven. Van haar twee uur durende schoonheidsslaapje maakte ik gebruik om alle kortverhalen van Somerset Maugham te lezen. Op die manier bracht ik korte tijd door met over de wereld te reizen en koloniale bestuurders te ontmoeten in het Malakka van de jaren ’20. Als ze wakker werd keerde ik terug naar de realiteit… wat ook erg leuk was.   

Wat mijn fictiestem betreft, die was al tot op zekere hoogte aanwezig in de eerste versie. Toch herschreef ik ze een tiental keer vooraleer ik ze aan de uitgever voorlegde. Het was dus hard werken geblazen! Om stijl en compositie te oefenen schreef ik tegelijkertijd kortverhalen.
Hotel Moskva in Belgrado

Voor De man uit Albanië koos je, onder meer, een Oost-Europese setting. Uit welke kennis en ervaring haalde je de elementen die daarvoor nodig waren?

Zoals ik al zei heb ik vaak gewerkt in Oost-Europa, in de voormalige Sovjetrepublieken en de Balkan. Het ging daar vooral om opdrachten die te maken hadden met water- en afvalbeheer bij de omschakeling naar een post-socialistische staat. Die ervaring heeft mijn interesse in het communistische tijdperk nog doen toenemen.  

De scène in het Moskva-hotel in Belgrado schreef ik op precies dezelfde plek. Ik heb ook internationale cursussen gegeven die me een uitgebreid netwerk van vrienden in de Balkan hebben opgeleverd, mensen aan wie ik uitleg kon vragen. Dat was erg nuttig. Hoe dan ook, heel wat klassieke research, zoals het lezen van boeken over Albanië onder het communisme enz., was evenzeer noodzakelijk.  

Albanië in revolutionaire tijden © JAFerrisIII

Een ander belangrijk thema is het linkse activisme van de jaren ’60 en hoe sommigen dat ideeëngoed verruilden voor een leven van status en materieel gewin. Is dat iets waarover in je familie wordt nagepraat of heb je die inspiratie elders gehaald?
 
Het is moeilijk te zeggen waar de inspiratie vandaan kwam maar mijn opvoeding zorgde voor veel kennis uit de eerste hand. Mijn grootouders van moeders kant waren communisten en bovendien erg loyaal aan Moskou. Mijn grootvader was parlementslid en mijn grootmoeder voorzitter van de Zweeds-Sovjet-Russische vereniging. Mijn ouders hebben elkaar leren kennen in Clarté, een links georiënteerde organisatie waarop ‘mijn creatie’ Veritas min of meer geënt is. Hoe dan ook, ik deelde nooit hun overtuiging, wel integendeel. Al op jonge leeftijd rebelleerde ik er fel tegen. Ik denk dat die ervaringen mij een goed uitgangspunt bezorgden om De man uit Albanië te schrijven, een inkijkje, zonder iets persoonlijks te moeten verdedigen of rechtvaardigen.     

Maar het verhaal is niet gebaseerd op mijn familie en haar geschiedenis. Bij het creëren van de motieven van mijn personages en het gebruiken van allerhande details uit die periode, kon ik natuurlijk putten uit mijn persoonlijke ervaring maar ik heb mijn familieleden uit de roman gelaten. Omdat ik niet wilde dat ze het verhaal beïnvloedden, nam ik een weloverwogen beslissing om de familiedossiers van de geheime dienst niet in te kijken terwijl ik nog aan het schrijven was. Pas toen ik de definitieve versie aan de uitgever voorlegde, deed ik een poging om de dossiers van mijn vader en grootvader in te kijken. Hoe dan ook, de meeste pagina’s van na ’49 waren, om veiligheidsreden, leeg (ik kreeg blanco exemplaren)… helaas. Mijn grootvader had 12 dossiers (zo’n 2000 pagina’s), mijn vader een dossier van 200 bladzijden. Per toeval en per vergissing zag ik toch een gedeelte van de achtergehouden pagina’s (lang verhaal…). Die hielden onder meer een verslag in van de anonieme politiebron Zorba over het huwelijk van mijn ouders… nogal hilarisch! Maar, zoals ik al zei, heeft dit alles mijn boek niet beïnvloed.
De dossiers van de Zweedse veiligheidsdienst
over Magnus' grootvader
© Magnus Montelius
 
In plaats daarvan is de achtergrond van het verhaal gebaseerd op doorgedreven research van open bronnen, bijvoorbeeld een groot officieel onderzoek naar de activiteiten van de Zweedse geheime dienst, de memoires van voormalige werknemers van die dienst, onderzoeksjournalistiek enz. Om de politieke overtuiging van de Veritas-groep juist te krijgen, heb ik ook elk onderwerp in het blad Clarté tussen 1959 en 1963 gelezen (daarvan heb ik trouwens ook een scène gemaakt in het boek: die met Natalie Petrini in de bib.).
 

Je bent scherp voor gezagdragers: academici, politiechefs, mediabazen… Heeft dat te maken met je eigen ervaringen of met het volgen van de actualiteit?

Net als de meeste schrijvers, veronderstel ik, baseer ik motieven en emoties van personages op dingen die ik gezien heb of ervaren heb. Dat moet je op die manier doen omdat je dat psychologische aspect lijfelijk moet kunnen voelen, en dat laatste is een voorwaarde om het correct te verwoorden.

 
In het thrillerplot nemen deze ervaringen diverse vormen aan. Maar carrièredrang, lafheid, conformisme en verraad zijn universeel. In de context van een misdaadboek worden deze fenomenen uitvergroot of krijgen ze een opwindender betekenis en omdat je ze zowat overal kunt vinden, worden lezers meegesleept. Als iemand een verhaal leest over de Koude Oorlog, verraad, moord, oplichterij… en denkt: ‘Dit is net het Antwerpse postkantoor in de tijd dat ik er werkte!’, dan is de schrijver in zekere zin geslaagd in zijn opzet. Ik overdrijf hier een beetje, maar je begrijpt wel wat ik bedoel. 
 
Wat sommige details betreft, zoals wat er gebeurt met journalisten die problemen hebben met hun redacteuren of wat de Zweedse politie en geheime dienst van elkaar denken, is het vooral een kwestie van research. 

Als ik stil sta bij je vraag, denk ik ook dat mijn belangrijkste kritiek niet zozeer over de mens achter de superieuren gaat, maar eerder over het ontwrichtende effect van de macht zelf. Politieke thrillers en spionageromans gaan uiteindelijk over het fenomeen ‘macht’ (En ik heb een zwak plekje voor mensen die weigeren de spelletjes te spelen die succes en invloed opleveren, mensen zoals Meijtens en Jakub Bem die onafhankelijker zijn dan goed voor ze is.) 
     
Landschap in Albanië © Rob Hogeslag
Anders dan je Zweedse collega’s heb je gekozen voor een spionageplot. Wat trekt jou aan in die wereld en kun je over zo’n gesloten milieu voldoende informatie vinden voor een geloofwaardig verhaal? 

Dat fascineert me zolang ik me kan herinneren. Ik ben begonnen met het lezen van spionagefictie toen ik een jonge tiener was, maar ging me snel interesseren voor de echte spionageverhalen. Meer in het bijzonder was er de zogenaamde Cambridge five, een waargebeurd verhaal dat mij voor een stuk geïnspireerd heeft, afgezien van het feit dat het om een andere tijd en een ander land gaat. Met het oog op mijn spionagefictie is dit een fantastische manier om zowel politieke als persoonlijke relaties te verkennen: verraad, loyaliteit en intrige.

Er zijn natuurlijk grenzen aan wat je kunt onderzoeken in de wereld van de spionage. Maar, zoals ik al zei, had ik het geluk dat er, een aantal jaar geleden, in Zweden een uitgebreide officiële studie is gemaakt van het functioneren van de geheime dienst tijdens de Koude Oorlog. Dat was een zeer nuttige informatiebron.

 
In de tijd van de Koude Oorlog was het gebruikelijk om de tactiek van de desinformatie te hanteren! In je boek toon je aan dat deze methode het werk van de pers bemoeilijkt. Heb je de indruk dat overheden ook nu nog gebruik maken van het opzettelijk ventileren van onwaarheden om de publieke opinie te sussen?

Ja. In het geval van Zweden, denk ik, dat de tweeslachtige rol die we gespeeld hebben in de tijd van de Koude Oorlog iets is dat veel burgers graag begraven zien worden. Ik ben ervan overtuigd dat hoog geplaatste mensen toen gespioneerd hebben. Op dit moment zouden bestuurders er wellicht alles doen om het verhaal te kop in te drukken, net zoals het in mijn boek beschreven wordt. Kortom, ik vind dat allemaal aannemelijk.   
 
Als Belgische was ik verrast te lezen dat er een type Zweed bestaat dat, op basis van uiterlijke kenmerken, Waals genoemd wordt. Dat zouden nazaten van migranten zijn. Wat weet jij van die migratie? 

De geschiedenis van de Walen in Zweden is interessant. Zij kwamen in de 17de eeuw naar Zweden omdat hun vaardigheden gegeerd waren bij het ontwikkelen van de productie van ijzer. Adellijke ondernemers brachten hen naar hier. Het waren er niet zoveel maar ze waren erg belangrijk voor de industriële ontwikkeling van het land. 

Maar toch... Het frequent refereren naar Waalse trekken is niet gebaseerd op feiten. De Walen speelden een belangrijke rol in onze geschiedenis, maar ze waren weinig talrijk en door de eeuwen ondergingen we de invloed van nog veel andere volkeren uit continentaal Europa. Voor zover ik het begrijp (ik ben geen expert op dit gebied) zien mensen, die op Sonia Terselius lijken, er niet zo uit omdat ze Waals bloed hebben... hoewel veel Zweden een beetje Waals bloed in hun aderen hebben. (Ik laat trouwens het Rooth-personage mijn scepsis delen wanneer hij zegt: ‘Iets dat soms, kort door de bocht, als “Waalse trekken” omschreven wordt.’). Hoe dan ook, een Zweedse lezer zal deze verwijzing begrijpen en zich een donkerder iemand met continentale trekken voorstellen.    

 
Is het je bedoeling om de onderzoeksjournalisten Meijtens en Petrini mee te nemen naar andere boeken en/of je ervaring met andere culturen te gebruiken? 

Sinds De man uit Albanië gepubliceerd is, heb ik gewerkt aan twee aparte boeken. Het ene is met Meijtens en Petrini en het andere is een thriller die in een ontwikkelingsland speelt. Ik denk dus dat het antwoord ‘ja’ is op beide vragen. 

Eerst had ik geen tweede boek over Meijtens en Petrini gepland maar toen ik het eerste boek af had, voelde ik dat ik niet klaar was met hen. Ik heb sympathie voor beide en ze zijn ideaal om het soort verhalen dat ik wil vertellen, te ontrafelen. Je zult ze terug zien in het volgende boek!

 
Lees hier de recensie van De man uit Albanië    

 

5 mei 2013

Tove Alsterdal

© Annika Marklund
Kun je binnen het misdaadgenre en de Zweedse traditie nog inhoudelijk vernieuwend zijn? Als je Tove Alsterdal heet, dan kun je dat. In Het stille graf neemt ze je mee naar de grote geschiedenis van een kleine gemeenschap, naar individuen die dachten een humane samenleving te vinden bij grote buur Rusland maar ten onder gingen aan rechteloosheid.

Net zoals in Vrouwen op het strand, zet ze in dit tweede boek, met een aansprekende eigenzinnigheid, het genre naar haar hand, volgt personages in hun maatschappelijke dromen en teleurstellingen... die, op een wat meer beschouwelijke en realistische manier, ook de hare en misschien de onze zijn.
 
 
Een aantal politieke ideeën uit de vorige eeuw bleken afschuwelijk te zijn
maar betekent dat dat we moeten ophouden met dromen?

 
Zweden heeft een groot aantal uitstekende misdaadauteurs. Vond je het moeilijk om een originele bijdrage te leveren aan het thrillerlandschap, een eigen stem en eigen thema’s te vinden?
 
Eigenlijk was ik niet van plan om een misdaadboek te schrijven maar het idee en het verhaal stuurde mij in die richting. Gelukkig was het verhaal van Vrouwen op het strand zo anders dan wat op dat moment in Zweden geschreven werd. Het is een internationale thriller met een vrouwelijke stem, wat volgens mij toen uniek was. Ik wist ook dat ik stand alones wilde schrijven, wat bijna geen enkele andere Zweedse thrillerauteur doet. Ik hou van de uitdaging die het verkennen van de grenzen van de misdaadroman met zich meebrengt en denk dat het genre geschikt is om brede maatschappelijke en menselijke verhalen te vertellen.
 

Voorheen schreef je voor film, toneel en opera. Kon je daar onvoldoende je creativiteit in kwijt of was er een andere reden die je voor de roman deed kiezen?
 
Nogmaals, het verhaal wees me de richting. Vrouwen op het strand was oorspronkelijk een idee voor een filmscript maar omdat het zich afspeelt in zes landen en op drie continenten, zei iedereen me dat het te duur was. Maar ik popelde om het verhaal te vertellen, kon niet wachten op het moment waarop de filmindustrie van mening veranderde. Dus besloot ik om er een roman van te maken, wat uiteindelijk het verhaal ten goede kwam (En, bij wijze van bonus, zijn de filmrechten nu verkocht aan een bedrijf in Hollywood). 
Het hoge noorden van Zweden
© Linnea Bjök Timm

Het stille graf heeft een politieke achtergrond. Dat grote maatschappijmodellen zoals het kapitalisme, het communisme en het nazisme met elkaar in conflict kwamen in het noordelijkste stuk van Europa, verwacht je niet. Is daar een verklaring voor?
 
Het ligt voor de hand te denken dat dit niet meer is dan een afgelegen gebied is met sneeuw en rendieren. Maar, omdat het op de grens ligt tussen Oost en West, belandde het midden in de grote conflicthaarden van onze wereld. In de tijd waarin mijn grootmoeder opgroeide, lag tsaristisch Rusland aan de andere kant van de Torne-rivier en in de Eerste Wereldoorlog bood het postkantoor in het dorp van mijn familie de enige communicatiemogelijkheid tussen dat Rusland van de tsaren en Duitsland (Er wordt ook gezegd dat Lenin in een slee de rivier overstak toen hij vlak voor de revolutie naar Rusland terugkeerde).
 
Het nazisme van de jaren ’30 was meer een soort Finse versie dan het verheerlijken van Hitler. In de plannen voor een Groot Fins Rijk pasten de Fins sprekende oostelijke delen van Zweden alsook delen van Rusland. De Finse leiders spraken over Lebensraum, net als Hitler. 
 
Tegelijkertijd was er een groots opgezet plan om een Noord-Scandinavische Sovjetrepubliek op te richten. Die zou zowel Finland als de noordelijke delen van Zweden en Noorwegen omvatten.
 
Dat is een thrillerachtergrond om ‘u’ tegen te zeggen!

 
Het stille graf gaat ook over het geloof van mensen in een betere maatschappij en hoe ze daarin ontgoocheld worden. Is dat een gedachte die je er bewust hebt ingestopt?
 
Dat is eigenlijk één van de belangrijkste thema’s van mijn schrijven. Ook Vrouwen op het strand wordt door gelijkaardige krachten voortgestuwd – dromen van een beter leven. In Zweden, en ook in de rest van Europa, denk ik, zijn we op dit moment geobsedeerd door economie. Een aantal politieke ideeën uit de vorige eeuw bleken afschuwelijk te zijn maar betekent dat dat we moeten ophouden met dromen?    

Zomer in Noord-Zweden © Tartanna
 
De situatie van de naar de Sovjet-Unie geëmigreerde Zweden en Finnen was blijkbaar tragisch. Heeft jouw research de repressie van de Sovjetleiding, waarvan de emigranten slachtoffer waren, aan het licht gebracht?
 
De neef van mijn moeder emigreerde in de jaren ’30 naar de Sovjet-Unie en verdween. Meer dan 60 jaar later werd bekend dat hij geëxecuteerd werd tijdens de Stalin-terreur. Ik wilde dieper graven, niet alleen in de tragedie, maar ook in de dromen die hen daarheen hadden gestuurd. Op het thuisfront hing er decennialang een enorme stilte om hen heen. Ik had nog nooit iets gehoord over de reis van mijn familielid toen ik er enkele jaren geleden over las in een reportageboek. Je vertrekt niet naar een verondersteld paradijs om dan terug te komen en te vertellen dat het niet bestaat. Niemand wil dat verhaal horen. Wie terugkwam, zweeg. Gelukkig hebben enkelingen, na jaren, gepraat en zijn er dus getuigenissen te vinden in archieven en reportageboeken. En natuurlijk is er ook veel research gedaan aan Sovjet-zijde.

Ik wilde geen nieuwe feiten aan het licht brengen maar het verhaal aan een breder publiek vertellen, in de geest en de levens van deze mensen kruipen en hen tot leven wekken.

 
Ik veronderstel dat je research hebt gedaan in Rusland zelf en dat je verder hebt gekeken dan de toeristische plaatjes. Welke indruk heeft dat land op je gemaakt? 
 
Ik doe veel research voor mijn boeken en natuurlijk ben ik ook naar Petrozavodsk gegaan. Ik vind het noodzakelijk om in de sporen van mijn personages te treden, de weg te gaan die zij gaan. Er zijn ook sporen in de roman die naar hedendaags Rusland leiden en die zijn vrij beangstigend, denk ik. Als je, bijvoorbeeld, Putin hoort zeggen dat vreemde belangen schuld hebben aan elk politiek verzet in het land, dan is dat exact dezelfde retoriek als die in de Stalin-tijd.
 
 
Hoe is de economische situatie in het noorden van Zweden op dit moment? Is het nog steeds een achtergestelde regio?
 
In zekere zin, ja, maar tegelijkertijd ook niet. Op dit moment beleeft de mijnindustrie een hoogconjunctuur en zal de hele stad Kiruna worden verplaatst om de ondergrondse ertslaag te kunnen ontginnen. Ook worden er nieuwe treinsporen gelegd om de verbindingen sneller te maken. Toch zal het behoud van de welvaartsmaatschappij in dun bevolkte gebieden altijd een probleem blijven. Jonge mensen vertrekken nog steeds naar het zuiden en de steden.

Kerk in Norrland © pakiki
 
In de jaren ’30 waren er veel orthodoxe christenen zoals Laestadianisten (een Lutheraanse secte) in Noord-Zweden. Zijn de mensen daar nog steeds streng in de leer?
 
Niet zoals het ooit was maar er zijn nog steeds enclaves waar je geen enkel televisietoestel aantreft of gordijnen.

 
Een andere bijzonderheid in dit boek is de Finse taal (of een variant ervan) die aan de Zweedse kant van de grens gesproken wordt. Is dat nog altijd zo? En ligt de oorsprong in het verschuiven van de landsgrenzen in vroeger tijden?
 
Tot aan de Russisch-Zweedse vrede, 200 jaar geleden, toen er midden door het gebied een grens werd getrokken, woonde er aan beide kanten van de rivier één enkel volk dat eenzelfde taal sprak. Die taal wordt nog steeds gesproken en is op de dag van vandaag in Zweden een officiële minderhedentaal. Maar toen mijn moeder opgroeide was het verboden om ze op school te praten. Het is een oude versie van het Fins met veel Zweedse invloeden.

Het gebied rond de Torne-rivier

Ergens zegt het hoofdpersonage dat er in dat gebied bij de Finse grens meer namen zijn voor verdriet, voor sneeuw en voor verlangen. Wat weet jij daarvan?
 
Omdat ik de taal zelf niet spreek, is dit voor de rekening van mijn personage. Wat ik weet is dat daar teveel soorten sneeuw zijn maar ook diep verdriet en eindeloos verlangen om te worden gevat in één enkel woord.
 


 


18 april 2013

Marjolijn Uitzinger


 
Marjolijn Uitzinger is een duizendpoot. Ze verdeelde haar journalistieke carrière over radio, televisie en dagbladpers. Ze is thuis in politieke, sociale en culturele thema's. Daarnaast leidt ze informatie- en discussiedagen van overheidsinstellingen, organisaties en bedrijven. En wil je leren interviewen, dan maakt zij je wegwijs.
 
Mocht daar nog een nieuwe uitdaging bijkomen? Maar natuurlijk! Enkele jaren geleden besloot ze om fictieauteur te worden en debuteerde met Een fatale primeur, een misdaadverhaal dat in haar thuisstad Berlijn speelt. Ook in de opvolger Citytrip Berlijn neemt ze je mee naar een bruisende metropool die af en toe wordt ingehaald door de schaduw van haar verleden...


 
 ‘Ik blijf wel journalist, dus de drang om mensen te informeren,
ook al is het spelenderwijs, laat zich niet onderdrukken.’


‘Je kunt wel overleggen, maar alleen met jezelf’, zegt één van je personages in Citytrip Berlijn om te illustreren dat Duitsland een autoritaire samenleving is. Waarom wil een vrijgevochten Nederlandse dan toch in dat land wonen?
 
Nee, dat is een misverstand. Hij zegt het niet om te betogen dat Duitsland een autoritaire samenleving is. Integendeel, de Duitsers zijn bijna overspannen democratisch, vanwege hun donkere verleden. Maar er is een cultuurverschil met Nederland. Nederlanders die met elkaar van mening verschillen, proberen meestal uit te komen op een compromis. Het beroemde polderen. Maar Duitsers blijven proberen de ander van hun gelijk te overtuigen. Als dat niet lukt, krijgt één van de twee zijn zin. Van compromissen zijn ze niet gediend. Soms kost dat meer tijd dan het Nederlandse overleg, maar soms minder. Duitse regeringscoalities bijvoorbeeld komen aanmerkelijk sneller tot stand dan in Nederland.

  
Je beide romans spelen in Berlijn. In de jaren ’20 van de vorige eeuw was de stad een culturele en intellectuele hotspot. Welk soort stad is het nu?
 
Ik denk dat je die typering ook wel op het Berlijn van nu kunt loslaten. Berlijn wordt vaak vergeleken met New York, ook door Amerikanen. Jonge mensen komen graag hierheen vanwege het open culturele en intellectuele klimaat, alles kan, niets is gek. Het culturele aanbod is gigantisch, met bijvoorbeeld zo’n 200 musea en drie operahuizen, elke dag worden nieuwe galeries geopend, en ga zo maar door. Er zijn elke dag honderden manifestaties, voorstellingen, optredens. Berlijn is dance- en clubstad bij uitstek. Verder is de stad nog steeds aan het veranderen, de dynamiek is groot en ook architectonisch is er veel te beleven. Spiegelbeeld: het rauwe Berlijn van vlak na de val van de Muur verdwijnt langzaam maar zeker. Veel mensen vinden dat jammer, maar het is onvermijdelijk.
 
Jagdschloss Grunewald
© Getrud K.
Je hebt als journaliste zowel voor de geschreven als de gesproken pers gewerkt. Welke manier van uitdrukken en communiceren lag jou het best?
 
Ik heb het liefste bij kranten gewerkt en bij de radio.Televisie is me nooit zo goed bevallen, hoewel ik nog 8 jaar voor de VARA-tv heb gewerkt. Het is niet mijn medium. Radio is intiemer, inhoudelijk vaak beter (zeker in mijn tijd, toen er nog niet als een dolle werd bezuinigd), minder hype, meer collegialiteit.

  
Aan het eind van je journalistieke carrière ben je begonnen met het schrijven van misdaadboeken. Hoe ervaar je deze manier van schrijven en had je snel je eigen fictiestem gevonden?
 
Ik heb in 2009 met Margriet Brandsma, destijds NOS-correspondent in Berlijn, het boek Na de Muur geschreven, over het nieuwe Duitsland. Dat was weliswaar non-fictie en we schreven het samen, dus het is anders dan wat ik nu doe, maar het was een prettige bezigheid. Toen het boek klaar was, miste ik het schrijven en besloot mij maar eens op een misdaadroman te storten. Daarbij putte ik uit mijn ervaringen hier in Berlijn. En het moet ook ergens over gaan. Ik blijf wel journalist, dus de drang om mensen te informeren, ook al is het spelenderwijs, laat zich niet onderdrukken. 

De Tiergarten, de groene long van Berlijn
© trochee
In Citytrip Berlijn wijs je de lezer op verdachten die onterecht veroordeeld worden. Dat doemscenario hangt ook Thomas boven het hoofd. Op welke manier houdt dit thema je bezig? 
 
Het is volgens mij een onderwerp dat veel mensen bezighoudt. De media berichten erover, soms komen mensen na tien jaar vrij omdat de werkelijke dader is gevonden of hun onschuld is komen vast te staan. Zoals de twee mannen in de Puttense moordzaak. Ik heb op de radio eens Ernst Louwes geinterviewd, ook met een soort buikgevoel dat die man onschuldig is. Of dat jongetje, Maikel, van de Schiedamse parkmoord, dat helemaal gemangeld is door een psychiater die hem wilde laten vertellen dat hij zelf zijn vriendinnetje had gedood. En daarna werd in die parkmoord ook nog eens iemand veroordeeld die onschuldig bleek te zijn en na jaren weer vrij kwam – wat een geknoei, en wat een gesol met mensenlevens, ja, daar kan ik me erg over opwinden.


Bij misdaadromans horen vaak ondervragingen door rechercheurs. Daar worden technieken bij toegepast. Wat weet je van de aanpak en de opbouw van verhoren?
 
Tsja, dat is een kwestie van goed zoeken op internet, ook naar forensische methoden van onderzoek en opsporing. Ik heb verder gewoon geput uit politieseries, films en thrillers. 

 
Een sinister beeld is dat van jonge mensen die dwepen met de nazigeneratie. Vind je die in werkelijkheid ook bij de gegoede klasse?
 
Ik denk het wel. Het is allemaal marginaal gelukkig, en natuurlijk is de meeste aanhang te vinden bij gefrustreerde `kleine´ mensen, met name op het Oost-Duitse platteland, maar bij de NPD, de politieke tak van de neonazi’s, zitten ook anderen, soms hoogopgeleid, zoals advocaten en dergelijke. Volgens de Duitse AIVD zijn er ongeveer 5600 neonazi’s in Duitsland, maar bovendien tussen de 10.000 en 14.000 extreemrechtse types die bereid zijn geweld te gebruiken, vooral tegen mensen van buitenlandse herkomst. Dat klinkt naar grote aantallen, maar er wonen 80 miljoen mensen in Duitsland, dus bedreigend is het niet, cijfermatig althans.
 
 
Ben je van plan nog meer boeken te situeren in Duitsland? Zo ja, wat heeft het land en de stad Berlijn in het bijzonder een auteur aan literair materiaal te bieden?
 
Jazeker. Boeken die zich in Nederland afspelen zijn er genoeg. En Berlijn is zo bijzonder dat de onderwerpen voor het opscheppen liggen. Maar ik noem ze niet, want ik ga anderen niet op leuke ideetjes brengen!
 


Als je lezers echt op citytrip willen naar de Duitse hoofdstad en de gebaande paden willen vermijden, welke plekken zouden ze dan zeker moeten zien?
 
Teveel om op te noemen. Dan kan ik het beste de gids `Berlijn voor gevorderden´ aanbevelen van mijn collega’s Jaco Boer en Bram Vermeer, uitgegeven bij Oostenwind, Amsterdam.

 

13 maart 2013

Alice LaPlante

© Anne Knudsen
Omdat fictiebloed toch kruipt waar het niet gaan kan, bleef Alice LaPlante proberen om van een non-fictiebroodschrijver een volwaardige romanauteur te worden. Die kaap nam ze met een onderwerp waar menig geroutineerde schrijver van zou schrikken: Alzheimer, de ziekte waaraan haar moeder leed.
 
Hoewel ze de leeservaring van Hersenspinsels een tocht 'door een duister bos' noemt, veroverde haar boek tal van landen in de wereld.     

En terwijl haar roman vertaald en bejubeld werd, schreef Alice LaPlante liefst twee nieuwe fictieboeken. Liefhebbers van haar werk hebben dus iets om naar uit te kijken...   
 
'Op dit moment vergelijk ik het raadselelement met broodkruimels
die je naar een erg duister bos leiden.'

Voor dit boek ben je in de huid gekropen van een Alzheimer-patiënt. Is er een grens aan dit inlevingsvermogen? En waar ligt die dan? 

Ik weet niet of er een grens is. Als die er is, dan heb ik ze niet bereikt. Ik schreef het boek omdat mijn moeder Alzheimer had en ik jarenlang een brandende vraag had: ‘Wat betekent dat voor haar?’

Het schrijven van het boek was mijn manier om te proberen daarop een antwoord te vinden. Aan het eind voelde ik zeker meer empathie voor Jennifer (het hoofdpersonage) dan toen ik eraan begon.
 

Jenny reageert met vertwijfeling en boosheid op haar ziekte maar ze is ook strijdbaar en gebruikt soms humor. Is dat het patroon dat het meest voorkomt? 

Ja, Alzheimer-patiënten blijven het hele gamma van menselijke emoties beleven. Ze worden boos, verdrietig, lachen en huilen net zoals wij allemaal. De ziekte ontneemt hun hun menselijkheid niet, of hun vermogen om te voelen. Het is wel zo dat hun emoties botter zijn dan de onze omdat de ziekte de mogelijkheid om hun gedachten en gevoelens te onderdrukken, uitholt.
 
© The Prime Ministers' Office
Denk je dat boosheid en agressie te maken heeft met het verliezen van de grip op de werkelijkheid? Of krijgen de patiënten andere karaktereigenschappen door de veranderingen in hun hersens? 

Dat is de grote vraag! Aan de ene kant hebben ze zeker redenen om bang of boos te zijn. Door de schade aan hun brein is hun wereld onbegrijpelijk geworden en vinden ze er maar moeilijk hun weg in. In een ver gevorderd stadium van de ziekte zei mijn moeder wel eens: ‘Er is iets mis met mijn brein.’

Stel dat je plots de kamer, waarin je je bevindt, of de mensen in je omgeving, niet meer herkent – mensen die jij als vreemden ervaart bemoeien zich met je – dan zou je wellicht ook angstig en boos worden.  

Aan de andere kant staat het vast dat de ziekte veranderingen in de persoonlijkheid veroorzaakt. Mijn moeder was de liefste en vriendelijkste persoon die ik ooit ontmoette… tot de ziekte bezit van haar nam. Ze werd boos en agressief, gebruikte zelfs taal die ze nooit zou gehanteerd hebben in haar eerder leven. Soms was het alsof ze een ander persoon was geworden. Dat zou je dus eerder kunnen wijten aan de ziekte dan aan een psychologische oorzaak-en-gevolg-kwestie.
 

Vind je dat je Alzheimer-patiënten alles moet vertellen? Ik denk, bijvoorbeeld, aan de verkoop van Jenny’s huis. Wat levert haar dat op? 

Niet iedereen kiest voor dezelfde strategie. Sommigen geloven dat je de patiënten best de waarheid vertelt, probeert hen te herinneren aan wie ze zijn en wat er op het moment gebeurt.    

Anderen zien daar niets in, vinden dat je met hen mee moet denken. Als ze geloven dat het 1950 is en dat ze net getrouwd zijn, dan is dat ok. Als ze denken dat ze in New Jersey zijn terwijl ze in Chicago zijn, waarom zou je dan met hen in discussie gaan?

Persoonlijk vind ik het belangrijk dat je reacties de patiënt zo weinig mogelijk van streek maken of zelfs kalmeren. Doorgaans betekent dat meegaan in wat zij denken. 

© Benoit Crouzet
Jenny heeft moeten leren om moeder te zijn. Als hoogopgeleide vrouw had ze moeite met de basale taken van het moederschap. Vind je dat het moederschap te vaak als vanzelfsprekend wordt neergezet? 

Oh, zeker! Ouder zijn is zo moeilijk. Toen mijn dochter geboren werd dacht ik: ’Waarom heeft niemand me dit verteld?’ En ik had de gebruikelijke zwangerschapsklasjes doorlopen en was bovendien de 2de oudste van acht kinderen. Ik had dus ervaring met opvoeden. Het verandert volkomen je leven op een onvoorspelbare manier.
 

De symboliek van de handen, zowel die van Jenny als die van Amanda, is erg goed gekozen. Had je Jenny ook een andere professionele achtergrond kunnen geven? 

Dat is een grappig verhaal. Ik heb dat beroep gekozen omdat een vroeger vriendje van me, uit de studententijd, handchirurg is geworden. Ik hield van de manier waarop hij over handen praatte en besloot om dat te stelen voor het boek. Nadien bleek de hand een zeer belangrijk en beklijvend symbool voor het verhaal. Maar dat was zuiver geluk…
 

Hersenspinsels is een roman met een onderliggend misdaadthema. Waarom had je die misdaadlijn nodig? 

Aanvankelijk kon ik niet geloven dat ik een misdaadroman aan het schrijven was. Voordien had ik enkel literaire kortverhalen gepubliceerd en vond dat thrillers tot een genre gehoorden dat minder literair was. Mijn idee daarover is veranderd. Het enige dat ik kan zeggen over het misdaadelement in het boek is dat ik de roman erzonder niet had kunnen schrijven.

In het verleden heb ik meermaals geprobeerd om over Alzheimer te schrijven – in kortverhalen en in non fictie – maar ben er nooit in geslaagd om de belangrijke emoties en interacties te vatten. Pas toen ik het idee had opgevat om het onderwerp in een misdaadcontext te gieten, was ik in staat om erin te duiken. 

Op dit moment vergelijk ik het raadselelement met broodkruimels die je naar een erg duister bos leiden, een plek waar niemand – ook geen lezer – naartoe wil gaan omdat het te beangstigend is. Het raadsel maakt het pad velig omdat je weet dat er een oplossing komt, dat je, aan het eind, ook weer uit het bos geraakt. In het andere geval is het Alzheimer-fictietraject een weg recht naar beneden. Dan heb je geen vertelboog.
© Mineco
Hoe moeilijk was het om deze bijzondere geestelijke wereld in een roman te gieten? Je hebt die onder meer uitgedrukt in het vertelperspectief, in de fragmentarische opbouw…  

Dat ging erg makkelijk. Ik begon met de stukken tekst over Jennifer die in en uit de realiteit stapte en binnen die structuur ontwikkelde het boek zich vrij snel.

Ik denk dat een traditionele, lineaire vertelling niet zou gewerkt hebben.
 

Wat kunnen mensen in de omgeving van een dementerende doen om de waardigheid van deze persoon zo goed mogelijk in stand te houden? 

Ik denk dat je dat kunt doen door de emotionele last en de traumatische ervaring te erkennen, al is het maar alleen voor jezelf. Vaak slaagde ik erin mijn moeder te kalmeren door te zeggen: ‘Ik weet dat je echt bang bent nu.’

En behandel hen nooit als een kind. Voor veel mensen is dat laatste advies moeilijk te volgen. Ik zag dat zorgverleners bij het eten geven tegen mijn moeder praatten alsof ze een baby was. Dat maakte haar kwaad. Door kalm te blijven, in welke situatie dan ook, en niet te betuttelen, respecteer je hun menselijkheid.
 

Smaakt dit fictieschrijven naar meer of keer je terug naar de non-fictie die je voordien schreef?

Mijn non-fictiewerk is altijd mijn dagtaak geweest. Iets dat ik deed om mijn rekeningen te betalen. Ik heb altijd fictie geschreven, alleen verschenen mijn kortverhalen in vrij obscure magazines die door weinig mensen gelezen werden en waarvoor ik niet betaald werd.

Mijn droom is om uiteindelijk te stoppen met non-fictie en helemaal te focussen op fictie. Het succes van Hersenspinsels heeft mij de gelegenheid geboden om het non-fictieschrijven te beperken. Sindsdien heb ik twee nieuwe romans geschreven. De eerste komt uit in het najaar van 2013. Die heet Coming of Age at the End of Days en gaat over een 17-jarig meisje dat in de ban geraakt van een kwaadaardige sekte. De tweede is een literaire misdaadroman over een dokter die in verdachte omstandigheden sterft waarna de wereld ontdekt dat hij drie echtgenotes had die niet van elkaars bestaan wisten.

 
De website van Alice LaPlante